Overlijden, aangifte

Als een persoon overlijdt, moet dat worden doorgegeven aan de gemeente waarin de persoon is overleden. Dat geldt ook als het gaat om een doodgeboren kindje. De gemeente maakt vervolgens een overlijdensakte op. Nadat aangifte is gedaan, krijgt u toestemming om de overledene te begraven of te cremeren. De gemeente zorgt er ook voor dat de basisregistratie personen (BRP) wordt aangepast.

Aangifte doen
Meestal geeft de begrafenisondernemer namens de nabestaanden een overlijden aan de gemeente door. Hij of zijn kan dit digitaal doen met E-herkenning

U mag als nabestaande natuurlijk ook zelf aangifte doen. Dat doet u dan aan de balie in het gemeentehuis. Denk wel aan het maken van een online afspraak, of telefonisch. Bij aangifte van overlijden wordt meestal ook een verlof tot begraving of crematie afgegeven. Daarom is het belangrijk dat u binnen zes werkdagen na de dag van overlijden aangifte doet.

Meenemen
Als u zelf aangifte doet, neemt u naar de afspraak het volgende mee:

  • een geldig identiteitsbewijs van degene die aangifte doet.
  • Een verklaring van overlijden, afgegeven door de arts of lijkschouwer.
  • B-envelop met daarin gegevens voor het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Begraven of cremeren
U mag de overledene niet eerder dan 36 uur en niet later dan zes werkdagen na overlijden begraven of cremeren. Wilt u de overledene eerder begraven of cremeren? Dan heeft u toestemming nodig van de officier van justitie en de burgemeester. Wilt u de overledene later begraven of cremeren? Dan heeft u alleen toestemming van de burgemeester nodig.

Kosten
Aan de aangifte van overlijden zijn geen kosten verbonden. Een afschrift van de akte van overlijden kost € 13,40. U betaalt dit bij uw aanvraag.